Mariapia Veladiano (Vicenza, 1960) ontving in 2010 met het manuscript van La vita accantode Premio Calvino, een prijs voor debuterende schrijvers. In 2011 verscheen de roman bij Einaudi. Het boek werd in Italië goed ontvangen en behoorde meteen tot de vijf finalisten van de Premio Strega. Veladiano eindigde als tweede. La vita accantois in het Engels, Frans en Spaans vertaald, en de roman is bewerkt voor theater. De filmrechten zijn gekocht door regisseur Marco Bellocchio (bekend van o.a. de film Vincere).
Rebecca is lelijk. Haar moeder is na haar geboorte in een depressie geraakt en heeft haar nooit vastgehouden of zelfs maar aangeraakt. Haar vader weet niet hoe hij met de situatie moet omgaan en laat het allemaal gebeuren. Niet haar ouders, maar haar tante Erminia, kindermeisje Maddalena, juf Albertina en vriendinnetje Lucilla bekommeren zich om het kind en zien haar zoals ze werkelijk is.
Het enige wat prachtig is aan Rebecca zijn haar handen. Waren het juist handen die haar familie vanwege een erfelijke afwijking generaties lang zorgen hebben gebaard, voor Rebecca betekenen ze haar redding. Ze blijkt prachtig piano te kunnen spelen en dat talent bevrijdt haar uit haar isolement. Rebecca observeert en registreert genadeloos het ongemak van iedereen die met haar in contact komt. Maar wat ze ook beschrijft, nooit beklaagt ze zich over haar lot. Door de relativerende en vaak ironische manier waarop ze over haar leven vertelt, verschuift het perspectief langzaam van een lelijk meisje naar een wereld die misschien wel lelijker is dan zijzelf.
Niet alleen haar uiterlijk, ook haar familie is een obstakel op weg naar een normaal leven. Al haar familieleden zitten op grond van hun verleden gevangen in hun eigen onmacht, wat Maddalena op een dag tegen Rebecca doet verzuchten: ‘Jij bent de enige die normaal is in dit huis, de enige.’